Tijdens de eerste uren en dagen na een transplantatie is er een groot risico op afstoting, infectie of andere complicaties. Voor een optimale bewaking van de getransplanteerde patiënt wordt die eerst een tijdlang opgenomen op de afdeling intensieve zorgen (altijd na een hart-, long- en levertransplantatie, soms na een niertransplantatie).
De immunosuppressieve behandeling verzwakt immers zijn natuurlijke afweer. Vandaar dat hij maximaal beschermd moet worden tegen infecties. Men doet aan infectiepreventie door het toedienen van antibacteriële of antivirale geneesmiddelen en/of door het toepassen van strengere hygiënische en steriliteitmaatregelen. Om eventuele verwikkelingen niet alleen vroegtijdig op te sporen, maar ook te behandelen, worden er regelmatig tal van controles en onderzoeken uitgevoerd (zoals regelmatige bloedafnames).
Na enkele dagen kan de patiënt verhuizen naar een gewone hospitalisatieafdeling, afhankelijk van het getransplanteerde orgaan. Op de gewone afdeling wordt er ook veel aandacht besteed aan de zelfredzaamheid van de patiënt en de kennis van de geneesmiddelen.
Wanneer de patiënt voldoende genezen en zelfredzaam is, wordt het ontslag uit het ziekenhuis voorbereid. De terugkeer naar huis kan een zekere angst inboezemen bij de patiënt. Die kan zich, na de zeer intensieve behandeling en follow-up door het verzorgingsteam, wat alleen en ontredderd voelen.
Vandaar dat het ontslag wordt voorbereid samen met de partner, en naaste familieleden of vrienden die de zorg mee op zich zullen nemen na het ontslag. Er is immers een minimum aan voorzorgsmaatregelen vereist, zeker de eerste maanden. Zo is het aan te raden om een grote schoonmaak uit te voeren in de woning, om zo veel mogelijk kiemen te elimineren en het infectierisico te beperken.
Vaak duurt het enkele weken of zelfs maanden voor de patiënt zijn normale leven kan hervatten.
Wanneer het overlijden (na hersendood of hartstilstand) van een orgaandonor officieel is vastgesteld, wordt alles in het werk gesteld om zijn organen in optimale omstandigheden te bewaren. Er worden ook bloed- en andere tests afgenomen, om o.a. eventuele overdraagbare ziekten op te sporen.
De tijd tussen het overlijden van de donor en het wegnemen van de organen kan variëren.
De donoroperatie duurt gemiddeld 3 tot 6 uur en vindt plaats in het ziekenhuis waar de donor werd opgenomen.
Bij het wegnemen van een hart en/of longen wordt de ingreep uitgevoerd door een team van het transplantatiecentrum van de ontvanger. Het team verplaatst zich naar het ziekenhuis van de donor en voert daar de donatieprocedure van het hart en/of de longen uit, na het/de orgaan/organen te hebben geëvalueerd vóór de wegname.
Bij het wegnemen van een ander orgaan voert elk transplantatiecentrum de nodige afnames uit binnen de ziekenhuizen van zijn netwerk, en zorgt het voor het transport van de organen naar het transplantatiecentrum van de ontvanger.
Zodra de organen zijn weggenomen, worden ze koel bewaard en verpakt in een steriele transportkist. Vervolgens worden ze via gespecialiseerd vervoer getransporteerd naar het transplantatiecentrum. Dit transport gebeurt via de weg of soms door de lucht, al dan niet prioritair afhankelijk van het orgaan en/of de situatie. De laatste jaren worden steeds meer organen bewaard door continue perfusie (koud of op lichaamstemperatuur). Deze nieuwe vorm van bewaring biedt meer voordelen dan de klassieke koude bewaring op ijs.
De orgaanbewaring varieert van het type orgaan en de wijze van bewaring.
Wanneer er een orgaan beschikbaar is, brengt Eurotransplant het transplantatiecentrum op de hoogte voor welke patiënt het orgaan wordt aangeboden.
De transplantatie-arts of de transplantatiecoördinator contacteren de patiënt op de wachtlijst voor wie het orgaan wordt aangeboden. Er wordt hem gevraagd om zich binnen een korte termijn aan te melden in het transplantatiecentrum.
Eenmaal ter plaatse worden er een aantal preoperatieve onderzoeken uitgevoerd (bloedanalyse, röntgenfoto’s, elektrocardiogram …).
Vóór de transplantatie wordt het orgaan door de transplantatiechirurgen zorgvuldig nagekeken en ook voorbereid. Deze operatie wordt ook de ‘bench’ procedure genoemd. Soms gebeurt het dat een orgaan toch nog afgekeurd wordt net voor de geplande transplantatie.
Dan volgt er een urenlange operatie door het transplantatieteam, dat bestaat uit chirurgen, anesthesisten en verpleegkundigen. Bij een hart-, long- of levertransplantatie wordt gesproken van een orthotopische transplantatie: het falende orgaan wordt losgemaakt van alle vasculaire en ligamentaire verbindingen en van de andere structuren (bv. galwegen voor de lever, luchtpijp voor de long).
Bij een nier- en/of pancreastransplantatie wordt gesproken van een heterotopische transplantatie: de organen worden relatief ver van hun natuurlijke positie getransplanteerd en het falende orgaan blijft aanwezig.
Vervolgens wordt het vooraf gecontroleerde en geprepareerde gezonde donororgaan getransplanteerd dankzij tal van anastomosen (verbindingen via hechtpunten). Eerst wordt de bloedsomloop hersteld, daarna de andere structuren (galweg voor lever, luchtpijp voor de long, urineleider voor de nier …)
Artikel geschreven door Alicia Alongi, gezondheidsjournalist, in samenwerking met prof. Diethard Monbaliu, Abdominale Transplantatie, U.Z. Leuven.
Een pre-transplantatiebilan is noodzakelijk om de potentiële risico’s in kaart te brengen. Het doel is om u zo goed mogelijk voor te bereiden op de transplantatie.
Lees verderSommige geneesmiddelen of substanties kunnen uw immunosuppressieve behandeling minder doeltreffend maken. Een paar tips kunnen u helpen om het risico op interacties en du...
Lees verderVincent, 62 jaar
Bruno Desschans, transplantatiecoördinator UZ Leuven
Lucien, 67 jaar
Chronische myeloïde leukemie
Covid-19
Leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD)
Maagkanker
Melanoom
Oogontsteking, oogirritatie of droge ogen
Overactieve blaas
Transplantatie van organen